[<] [v] [>]
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Afdeling 2. Ouderlijk gezag
Artikel 251a
De rechter kan, indien hem blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van art. 251, 2e lid. Hetzelfde geldt indien de minderjarige de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.