[<] [v] [>]
Burgerlijk Wetboek Boek 5
Titel 2. Eigendom van roerende zaken
Artikel 19
| 1 | De eigenaar van tamme dieren verliest daarvan de eigendom, wanneer zij, nadat zij uit zijn macht zijn gekomen, zijn verwilderd. |
| 2 | De eigenaar van andere dieren verliest daarvan de eigendom, wanneer zij de vrijheid verkrijgen en de eigenaar niet terstond beproeft ze weder te vangen of zijn pogingen daartoe staakt. |