WETBOEK.MOBI 2010

Home | Advocaten | Index | Gw | BW1 | BW2 | BW3 | BW4 | BW5 | BW6 | BW7 | BW7a | BW8 | Rv | Sv | Sr | ...

[<]  [v]  [>]
Burgerlijk Wetboek Boek 7A

Eerste afdeeling. Algemeene bepalingen

Artikel 1665

Wanneer een van de vennooten, voor zijne eigene rekening, eene opeischbare som te vorderen heeft van iemand die mede eene insgelijks opeischbare som verschuldigd is aan de maatschap, moet de betaling, welke hij ontvangt, op de inschuld van de maatschap en op die van hemzelven, naar evenredigheid van beide die vorderingen, toegerekend worden, al ware het ook dat hij, bij de kwijting, alles in mindering of voldoening van zijne eigene inschuld mogt gebragt hebben; maar indien hij bij de kwijting bepaald heeft dat de geheele betaling zoude strekken voor de inschuld van de maatschap, zal deze bepaling worden nagekomen.



Gerelateerde zoektermen:
finale finale kwijting maatschap sollicitatie vennootschap onder firma