[<] [v] [>]
Burgerlijk Wetboek Boek 7A
Eerste afdeeling. Algemeene bepalingen
Artikel 1688
| 1 | Indien bedongen is, dat, in geval van overlijden van een van de vennooten, de maatschap met deszelfs erfgenaam, of alleen tusschen de overblijvende vennooten, zoude voortduren, moet dat beding worden nagekomen. |
| 2 | In het tweede geval, heeft de erfgenaam des overledenen geen verder regt dan op de verdeeling van de maatschap, overeenkomstig de gesteldheid waarin dezelve zich ten tijde van dat overlijden bevond; doch hij deelt in de voordeelen en draagt in de verliezen, die noodzakelijke gevolgen zijn van verrigtingen, welke vóór het overlijden van den vennoot, wiens erfgenaam hij is, hebben plaats gehad. |