WETBOEK.MOBI 2010

Home | Advocaten | Index | Gw | BW1 | BW2 | BW3 | BW4 | BW5 | BW6 | BW7 | BW7a | BW8 | Rv | Sv | Sr | ...

[<]  [v]  [>]
Wetboek van Strafrecht

Titel XXV. Bedrog

Artikel 326

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaren of geldboete van de vijfde categorie.



Gerelateerde zoektermen:
141 261 310 326 326 artikel juncto strafrecht van wetboek 328ter 461 art art 326 artiklel 326 bankbreuk bedrog diefstal diefstal terrorisme duitsland fouilleren fraude fraude terrorisme goederenrechtelijk heling legaliteitsbeginsel listige meineed misdrijf misleiden misleiding oplichting oplichting vereniging plagiaat strafrecht strafrecht art vals valse naam vreemdelingenrecht waardigheid wederrechtelijk