[<] [v] [>]
Wetboek van Strafrecht
Titel I. Omvang van de werking van de strafwet
Artikel 5a
| 1 | De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft en zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de artt. 240b, 242 t/m 250 en 273f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een van de misdrijven omschreven in de artt. 300 t/m 303, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, een terroristisch misdrijf, dan wel een van de misdrijven omschreven in de artt. 225, 3e lid, 311, 1e lid, onder 6, 312, 2e lid, onder 5, alsmede 317, 3e lid, jo. 312, 2e lid, onder 5. |
| 2 | De vervolging kan ook plaatshebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gekregen. |