[<] [v] [>]
Vreemdelingenwet 2000
Afdeling 3. De verblijfsvergunning regulier
Artikel 17
| 1 | Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 14 wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, indien het betreft:
|
| 2 | De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onder g, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat een ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen 4 weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers van de Staten-Generaal overgelegd. |