WETBOEK.MOBI 2010

Home | Advocaten | Index | Gw | BW1 | BW2 | BW3 | BW4 | BW5 | BW6 | BW7 | BW7a | BW8 | Rv | Sv | Sr | ...

[<]  [v]  [>]
Vreemdelingenwet 2000

Afdeling 4. De verblijfsvergunning asiel

Artikel 30

1
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 28 wordt afgewezen indien:
a.
een ander land, partij bij het Vluchtelingenverdrag ingevolge een verdrag of een dit land en Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag;
b.
de vreemdeling reeds rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in art. 8, onder a t/m e of l;
c.
de vreemdeling eerder een aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning heeft ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en hij op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in art. 8 onder f, g en h, of
d.
de vreemdeling op grond van een verdragsverplichting tussen Nederland en een ander land zal worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf, terwijl dat land partij is bij het Vluchtelingenverdrag, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Trb. 1951, 154) en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Trb. 1985, 69), dan wel zich anderszins heeft verplicht artikel 33 van het Vluchtelingenverdrag, artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 3 van het Verdrag tegen foltering en andere wrede onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing , na te leven.
2
Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing, indien naar aanleiding van een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in art. 28, ambtshalve de verblijfsvergunning, bedoeld in art. 14, is verleend.


Gerelateerde zoektermen:
awb ind verblijfstitel vluchteling vluchtelingenverdrag vreemdelingencirculaire