[<] [v] [>]
Vreemdelingenwet 2000
Afdeling 1. Rechtmatig verblijf
Artikel 9a
In afwijking van art. 9, 2e lid, verschaft Onze Minister aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van art. 8, onder e, en gemeenschapsonderdaan is als bedoeld in art. 1, onder e, sub 1, 3 en 5, op aanvraag een bewijs van rechtmatig verblijf voordat de vreemdeling het duurzame verblijfsrecht heeft verkregen, indien de vreemdeling de nationaliteit heeft van een lidstaat ten aanzien waarvan Nederland de toepassing van de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PbEG L 257) heeft opgeschort.