WETBOEK.MOBI 2010

Home | Advocaten | Index | Gw | BW1 | BW2 | BW3 | BW4 | BW5 | BW6 | BW7 | BW7a | BW8 | Rv | Sv | Sr | ...

[<]  [v]  [>]
Waterschapswet

Hoofdstuk IV. Het algemeen bestuur

Artikel 34

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van het algemeen bestuur in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van het algemeen bestuur te worden gekozen of benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand enige gift of gunst heb gedaan of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet , dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het algemeen bestuur naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)".



Gerelateerde zoektermen:
provinciale staten waterschapswet